Van Boekhoven-complex: oude drukkerij aan de Breedstraat opnieuw gerenoveerd

CULTUUR 13 JUL 19:54 2015 · ARJAN DEN BOER 15

“Wonen in een ‘kasteel’ in het hart van de stad. Dat sprookje wordt binnenkort waar in Utrecht,” zo schreef de Telegraaf in 1976 over de voormalige drukkerij Van Boekhoven aan de Breedstraat en Begijnehof. De benaming ‘kasteel’ sloeg op de omvang en de kantelen bovenop. Het was de eerste keer dat industrieel erfgoed werd herbestemd tot woonruimte. 40 jaar later was het complex echter enigszins verloederd. Mitros dacht aan sloop maar koos gelukkig voor renovatie. Als gemeentelijk monument blijft de geschiedenis behouden van het bedrijf waar onder meer spoorboekjes werden gedrukt.

Drukkerij J. van Boekhoven

In 1844 vestigde de kleine drukker Jacobus van Boekhoven zich aan de Begijnehof. Het bedrijf groeide gestaag en kocht naburige panden op de hoek van de Breedstraat aan. Ook de techniek veranderde in de loop van de 19e eeuw: van handpers naar grote stoompersen. Van Boekhoven wist twee belangrijke Utrechtse klanten aan zich te binden: de Universiteit en de Staatsspoorwegen, later de NS. In 1897 overleed de oprichter; het bedrijf werd uiteindelijk voortgezet door zijn schoonzoon, Hendrik Gerlings.

Begin 20e eeuw was Van Boekhoven de op één na grootste drukkerij van Utrecht, bekend van onder meer spoorboekjes, proefschriften, boeken, huis-aan-huisbladen en reclamemateriaal. Het was een van de grootste bedrijven in de binnenstad waar tientallen zetters, drukkers en boekbinders werkten — en als leerling werden opgeleid. Er werkten ook veel meisjes op de administratie en als typistes op de zetmachines.

Nieuwbouw

Het aantal medewerkers liep in de jaren dertig op tot 350. Van Boekhoven kocht de overbodig geworden gereformeerde Begijnekerk aan de Breedstraat. De sloop daarvan was de eerste stap naar een grote uitbreiding in 1939.

Op de hoek Begijnehof-Breedstraat verrees een langwerpig pand met drie bouwlagen, een betonskelet met bakstenen gevels. Grote boogramen voorzagen de ruimtes met drukpersen van daglicht. Op de verdiepingen lagen de kantoren, kantine, tekenzaal en het fotografisch atelier. De directiekamer was boven de ingang op de hoek. In de kelder konden de werknemers douchen, waarbij waarschijnlijk veel inkt door het afvoerputje vloeide.

Architect

Ontwerper van de nieuwe drukkerij was de Aalsmeerse architect Johannes Berghoef. Hij studeerde in Delft bij Granpré Molière en werkte dan ook in de stijl van de Delftse School, die zich laat samenvatten als ‘traditionalisme in baksteen’. In 1930 reisde Berghoef met Granpré Molière naar Italië om daar de bouwkunst te bestuderen. Siena, de baksteenstad, maakte grote indruk op hem.

De Delftse School bracht vooral woningen, kerken en gemeentehuizen voort en maar weinig industriële gebouwen. Dat maakt drukkerij Van Boekhoven bijzonder. Ritme en harmonie waren voor Berghoef de belangrijkste principes, wat goed terug te zien is aan de langgerekte gevel aan de Breedstraat. De bakstenen bogen, natuurstenen aanzetten, de kantelen en enkele pilaren laten zien dat de architect geïnspireerd was door de Romaanse bouwkunst.

Doordat Berghoef het tijdens zijn studie al zo druk had met opdrachten en nevenfuncties studeerde hij pas in 1946 af, terwijl hij allang een gevestigd architect was. Zo gezien is de drukkerij door een verlate student ontworpen!

Na de oorlog droeg Berghoef veel bij aan de Wederopbouw en ging steeds minder traditionalistisch werken. Het ANWB-hoofdkantoor in Wassenaar is een van z’n bekendste gebouwen, net als z’n stadhuis van Hengelo tegenwoordig een rijksmonument.

Uitbreiding

In 1951 was drukkerij Van Boekhoven al weer te klein. Door het naastgelegen oudeDiaconieweeshuis en een pand van het Leger des Heils te kopen en te slopen kon het pand langs de Breedstraat worden doorgetrokken. Berghoef liet het nieuwe deel naadloos aansluiten op zijn ontwerp uit 1939, inclusief de diagonale lijnen in het metselwerk. De enige verschillen zijn de grotere ramen, de ontbrekende muurankers en een lichte knik in de gevel. Tegelijkertijd werden de ingang en de gevel om de hoek vernieuwd. Het nog aanwezige baldakijn met de letters J. van Boekhoven boven het raam van het trappenhuis stamt ook uit die tijd.

In 1968 fuseerde Van Boekhoven met drukkerij Bosch, die gevestigd was aan de Oudegracht (tegenwoordig Aboriginal Art Museum). Van Boekhoven-Bosch verhuisde naar de Europalaan in Kanaleneiland. In de jaren 90 ging het bedrijf op in Roto Smeets, waarvan de Utrechtse vestiging in 2010 sloot.

Herbestemming

Begin jaren 70 kocht de gemeente de oude drukkerij voor 2,8 miljoen gulden. Stadsvernieuwing, bedoeld om de trek uit de binnenstad te keren en verpaupering tegen te gaan, betekende destijds meestal sloop en nieuwbouw. Herbestemming van industrieel erfgoed was iets nieuws, en Utrecht werd met Van Boekhoven een voorloper. Het complex werd verbouwd tot 34 wooneenheden voor alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens. Het Rijk droeg er 2,6 miljoen gulden ‘reconstructiegeld’ aan bij.

Gemeente-architect An Hulshoff Pol gaf de woonruimtes sober en doelmatig vorm. Binnen herinnerde weinig meer aan de drukkerij. In de hoge ruimtes op de begane grond kwamen entresols. Conform de tijdgeest van de jaren 70 kreeg het complex gemeenschappelijke ruimtes en een publieke binnentuin, ontstaan door de sloop van de andere panden op het drukkerijterrein. Er was veel interesse: 130 intekenaars voor 34 woningen. In april 1976 namen de eerste bewoners hun intrek.

Sloopplannen

In de jaren 80 pakten de idealistische elementen anders uit dan voorzien. De gemeenschapsruimtes verwerden tot rommelhokken en de binnentuin werd afgesloten wegens overlast. Daklozen sliepen in de berging en de ingesprongen portiekjes, bedoeld als een ‘zitje’ aan de straat, gingen naar urine stinken.

Nadat het gemeentelijk woningbedrijf opging in woningcorporatie Mitros werd het achterstallig onderhoud aan het Boekhoven-complex steeds nijpender. In 2006 kondigde Mitros de sloop aan. Bewoners protesteerden en spraken zich uit voor renovatie, gesteund door de Wijkraad. Ook werd het pand voorgedragen als gemeentelijk monument. Mitros besloot uiteindelijk tot een grote renovatie. Deze ging in 2013 van start naar ontwerp van architect Peter Versseput, in overleg met de gemeentelijke Afdeling Erfgoed.

Geslaagde renovatie

De verbouwing, een jaar vertraagd door tegenslagen als de vondst van asbest, is dit voorjaar afgerond. Alleen de binnentuin rest nog een opknapbeurt. De appartementen zijn vergroot door de muren aan de tuinzijde en de kozijnen aan de straatzijde naar voren te plaatsen, en door een eigentijdse dakopbouw. In de voormalige gemeenschapsruimtes zijn vier extra woningen gerealiseerd. Op het dak van de korte vleugel, waar sinds 1976 al een ‘keetachtige’ dakwoning was, verrees een ovaal ‘penthouse’. Een kwart van de 38 appartementen wordt nu in de vrije sector verhuurd en van de oorspronkelijk bewoners is ruim de helft teruggekeerd.

‘Het kasteel’ staat er weer prachtig bij. De kozijnen in de bogen aan de straat zijn nu van dun, donker staal en sluiten goed aan bij de originele onderdelen, net als de grote ramen met ruiten aan de tuinkant. Het trappenhuis en de gangen zijn strak afgewerkt in grijs en wit, een groot verschil met de oude, rommelige situatie.

Er zijn mensen die de moderne dakopbouw niet mooi vinden, maar ik vind het goed kunnen bovenop zo’n industrieel en massief gebouw. Wat mij betreft is het complex een geslaagd voorbeeld van een ‘renovatie van een renovatie’. Het is gelukt om de afgeleefde sociale woningbouw om te vormen tot appartementen die kwaliteit uitstralen en toch nog (grotendeels) betaalbaar zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *