“Heel Nederland woont in de Voorstraat”

Heel Nederland woont in de Voorstraat

INTERVIEW Hij is de man van documentaires over verre reizen, maar voor zijn nieuwe tv-serie filmde Hans Pool zes maanden lang het leven in één straat in het centrum van Utrecht. ‘Hier woont iedereen, hier is een mooie mix. Dit is Nederland.’

Door: Paul Onkenhout 12 november 2014

 Documentairemaker Hans Pool.
Documentairemaker Hans Pool. © Renate Beense
 Tweedehandswinkels in de Voorstraat.
Tweedehandswinkels in de Voorstraat.© Renate Beense

Hans Pool eet een broodje hamburger in snackbar ‘t Hoekje in de Voorstraat als hij een bekende ziet. ‘De glazenwasser.’ Hij begroet de man met het gemillimeterde kapsel hartelijk en zegt tegen hem dat hij in het laatste shot van de serie zit.

‘Ik had niet anders verwacht’, zegt de glazenwasser lachend. Daarna verontschuldigt hij zich, hij moet nog naar de kapper en het is bijna sluitingstijd. ‘Goeie gozer’, zegt Pool als de glazenwasser is verdwenen.

Op zoek naar een straat voor wat opdrachtgever VPRO een ‘poëtisch portret’ noemde, kwam regisseur en tv-maker Pool (52) terecht in de Voorstraat in Utrecht. De gekozen straat moest het uitvergrote decor vormen van Nederland anno nu. ‘Hier woont iedereen, hier is een mooie mix. Dit is Nederland.’

EEN LEVENDIGE STRAAT

De Voorstraat is een 700 jaar oude, 300 meter lange straat in het centrum van Utrecht, maar net buiten de commerciële kern. Tussen de Neude en de Wittevrouwenstraat ligt een levendige straat met rauwe randjes waarin studenten, daklozen, modeontwerpers, dealers en hipsters samenkomen met de oorspronkelijke bewoners.

Pool filmde er zes maanden lang. Hij kende de straat al, maar niet goed. Wie in Culemborg woont, zoals hij, is voor de culturele voorzieningen op Utrecht aangewezen. Met zijn kinderen bezocht hij soms de City-bioscoop op de hoek van de Drift en de Voorstraat.

‘Maar nu ging ik er kijken met een totaal andere gedachte dan voorheen: kan ik hier een tv-serie maken van zes delen van 45 minuten?’

Pool parkeerde zijn auto, liep honderd meter en wist genoeg. ‘Ik keek fotografisch naar de straat; naar de sfeer en het licht. Dat licht was zo onbeschrijfelijk mooi. Dáár komt de zon op, en daar gaat-ie onder, en dan verderop nog die bocht. Ik vond het geweldig.’

Dat was de eerste gedachte. ‘Ik kwam hier in The Village. Ik dronk koffie en ik dacht: het zou lekker zijn om hier een tijd te bivakkeren.’ En toen had hij platenzaak Plato en snackbar ‘t Hoekje nog niet eens gezien. ‘Koffietentje, platenzaak, snackbar, een Indonesisch restaurant: alle voorwaarden waren aanwezig om er aangenaam te verblijven.’

BEDENKINGEN

 Een mix van gevels.
Een mix van gevels. © Renate Beense

Zes maanden lang reed Pool elke dag vanuit Culemborg naar Utrecht. Met een kleine crew verbleef hij in een ruimte boven vloerenwinkel Over de Vloer. Van daaruit ging hij op zoek naar verhalen. Behalve regisseur was Pool ook de cameraman. Hij werd onderdeel van het straatbeeld, nadat hij de scepsis van de mensen uit de straat had overwonnen.

Willem de Vries van Plato had aanvankelijk ook zijn bedenkingen. ‘Nadat we waren geïnformeerd, keek ik buiten om me heen en ik dacht: nou nou, zes afleveringen? Is dat niet wat veel?’

Veel meer dan een portret van een straat is De Voorstraat een portret van de bewoners geworden, en van de mensen die in de straat werken. Pool: ‘Zo’n stad kan zo anoniem zijn. Ik kon niet iedereen filmen maar ik kon wel proberen de anonimiteit van sommigen op te heffen. Wie ben je? Wat doe je? Wat is belangrijk voor je?’

Hij was snel geraakt door de verhalen. ‘Ik lig een beetje in scheiding, dat had er misschien ook wel mee te maken.’

REIS

 Een smartshop in de Voorstraat.
Een smartshop in de Voorstraat. © Renate Beense

In vakkringen is Pool bekend als de man achter hoog gewaardeerde tv-series en documentaires. Met Stine Jensen filmde en regisseerde hij in Scandinavië, met Adriaan van Dis in Afrika, met Stef Biemans in Zuid-Amerika en met Jelle Brandt Corstius in Rusland en India.

Deze keer reisde hij in één straat, maandenlang. De Voorstraat is in zeker opzicht ook een nieuw begin: ‘Ik heb eigenlijk alles anders gedaan.’

Met Brandt Corstius en Van Dis was hij in een strak tijdschema op reis. ‘Er was altijd weinig tijd om tot de kern te komen. Nu kon ik de camera op een statief zetten en rustig kijken wat er gebeurde. Ik had nooit haast. Op die reizen moest ik ervoor zorgen dat alles er zo spontaan mogelijk uitzag. Hier is alles meteen spontaan.’

Het is woensdagmiddag en Hans Pool keert terug in de Voorstraat, tot zijn genoegen. Hij drinkt koffie bij The Village Coffee & Music, eet een broodje hamburger in ‘t Hoekje, ontmoet de glazenwasser, praat over recente concerten met Willem de Vries van platenzaak Plato, loopt binnen in modewinkel Puha van Said Belhadj en drinkt thee bij buurtbewoonster Gina Danze.

Op straat knikken mensen hem gedag. Iedereen is blij hem te zien, iedereen vertelt in grote lijnen hetzelfde verhaal.

TWEE GEZICHTEN

 Broodjes en hamburgers.
Broodjes en hamburgers. © Renate Beense

Dat de Voorstraat vroeger nog rauwer was. Dat veel ten goede is veranderd door de sluiting van de ramen van de prostituees in de Hardebollenstraat, een zijstraat. Dat moet worden voorkomen dat grote winkelketens filialen in de straat openen, zoals nu al Etos en Gall & Gall. Dat het hier nooit saai is.

De schoonmaak van de Hardebollenstraat en het vertrek van de prostituees is een ijkpunt. Volgens Pool is daarna ‘dat volk eromheen’ ook vertrokken. ‘De straat verbeterde, maar je krijgt het nooit helemaal weg. Dat is ook de charme van een stad.’

Hij vertelt over de dealer die hem filmend aantrof op een hoek van de straat en op hoge toon eiste dat hij onmiddellijk zou vertrekken. Het was zijn hoek, Pool mocht daar niet komen. ‘Hij zei dat hij ook zijn geld moest verdienen, met een vrouw en kind thuis. Eigenlijk waren we allebei met hetzelfde bezig, alleen doe ik het met een camera. Ik moest daar zo om lachen.’

Nog steeds is de Voorstraat volgens De Vries van Plato een straat met twee gezichten. ‘Dit is ‘s avonds een andere straat dan overdag. Ik heb me hier nooit onveilig gevoeld, maar ik kan me voorstellen dat iemand het niet tof vindt om ‘s avonds die lui op de hoek van de straat te zien staan.’

Zes jaar geleden verhuisde De Vries met Plato naar de Voorstraat. ‘Na ons kwam The Village en toen ging het snel.’ Hij heeft de straat zien veranderen door de komst van jonge ondernemers met wat hij ‘alternatieve winkels’ noemt. ‘Eigenlijk willen ze allemaal in het centrum zitten, maar dat kunnen ze niet betalen.’

KETENS

 In de straat zit ook een tattooshop.
In de straat zit ook een tattooshop. © Renate Beense

Said Belhadj van modewinkel Puha, voorheen gevestigd ‘tussen de prostituees’ in de Hardebollenstraat, is een van hen. Hij is een jonge ontwerper die in 2008 begon met een shirtlabel. Als Pool hem vraagt hoeveel huur hij maandelijks kwijt is, geeft hij zonder aarzelen antwoord: iets minder dan 2.000 euro.

Liefdevol praat hij over de Voorstraat; over de verpauperde panden van destijds en de grootschalige renovaties, de mix van winkels en het ongepolijste karakter. ‘Het wordt hier steeds aangenamer.’ Als Pool vertelt dat een Marokkaanse jongen laatst probeerde een laptop uit de winkel te stelen, haalt Belhadj achteloos zijn schouders op.

Bezorgd is hij om een andere reden. ‘Ik ben bang voor de ketens. Ze gaan ongetwijfeld komen, dat is bijna universeel in dit soort wijken. Kijk bijvoorbeeld wat er nu in de Negen Straatjes in Amsterdam gebeurt.’

CONFRONTATIE

 De vegetarische slager.
De vegetarische slager. © Renate Beense

De bezorgdheid wordt in de Voorstraat breed gedeeld. Wij willen hier geen Blokker, zegt Gina Danze. Ze woont naast Albert Heijn en ze houdt van de straat. ‘Ik kan me niet voorstellen dat ik ergens anders zou wonen. Op niet veel plekken in Nederland tref je zo’n gemêleerd gezelschap aan.’

Met Hans Pool kreeg ze een speciale band. Allebei hebben ze ouders die aan alzheimer lijden. Ze stond niet te popelen om zich te laten filmen, maar zwichtte, mede daardoor. ‘Ik ben de vrolijke noot, maar voor we het wisten zaten we midden in een alzheimer-verhaal. Gelukkig ging het allemaal op een leuke, ontspannen manier.’

In de bovenwoning van Gina Danze drinkt Hans Pool groene thee. Ze heeft hem ‘dingen van betekenis’ gegeven, zegt hij. Zijn verblijf in de Voorstraat was ook een confrontatie met zijn eigen situatie. ‘Maar het gaat veel verder. Het Nederland van nu komt de straat in. Dat heb ik proberen te tonen.’

Hij hield er veel aan over. ‘Het klinkt misschien idioot, maar ik ben meer van mensen gaan houden.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *