De City Bioscoop: Hollywood-allure uit 1936

met toestemming van auteur Arjan den Boer – DUIC

De overname van de Wolff-bioscopen door Kinepolis en de bouw van een megabios roepen de vraag op: wat gaat er gebeuren met de City, Utrechts oudst bewaarde bioscoop (althans qua architectuur)? Jos Stelling heeft een plan voor restauratie en exploitatie, maar Kinepolis heeft nog geen besluit over sluiting genomen en voert momenteel zelfs verbeteringen door. Wat is de historie van dit monument aan de Voorstraat en wat maakt het uniek?

Van feestgebouw tot bioscoop

Een eeuwenoud pand op de hoek van de Drift en de Voorstraat werd in 1925 verbouwd tot concert- en feestgebouw De Plompetoren. De hoofdingang is daarbij verplaats van de Drift naar de Voorstraat. In de diverse zalen werden concerten, voordrachten, dansavonden en soms al filmvertoningen gehouden.

In 1935 liet Isedoor Cohen Barnstijn, eigenaar van de Flora-bioscoop aan de Oudegracht (later Camera), het feestgebouw ombouwen tot filmzaal. Het kreeg een geheel nieuw uiterlijk, al werden er delen van de muren, vloeren en kelder hergebruikt.

Moderne allure

“Menigeen is bij het zien van de hoge gesloten muren de schrik om het hart geslagen. Wat voor wonderlijks zou hier nu weer verrijzen?” Dat schreef het Utrechtsch Nieuwsblad tijdens de verbouwing tot bioscoop. Eerder had de gemeentelijke Schoonheidscommissie (welstand) zich al afgevraagd of het “uiterlijk van geprononceerd moderne allure” wel in de omgeving paste. Iemand sprak van een “brute tegenstelling” met de statige grachtenpanden aan de Drift en Plompetorengracht. De commissie stemde toch in, omdat het oorspronkelijke hoekpand al teveel verminkt was.

Het gebouw bestaat uit een hoge bioscoopzaal en een lagere L-vormige ombouw, beide met plat dak. Bovenop staan twee decoratieve masten tussen een borstwering van afgeronde muurtjes. De voorgevel had oorspronkelijk ook twee lichtzuilen van melkglas, waarvan de hoogste boven het gebouw uitstak.

De muren waren bepleisterd met Terranova: een destijds populaire gevelbekleding van gewassen beton met stukjes natuursteen, vergelijkbaar met terrazzo — veel gladder dan de huidige ruwe spuitpleister. Ook de Rembrandt Bioscoop had in 1933 deze moderne gevelbekleding gekregen. Beneden was het stucwerk van de City donkergrijs, boven lichtgroen getint en daartussen wit.

De vormen van de vensters, die smalle ijzeren kozijnen hebben, verwijzen naar de achterliggende functies. De trappenhuizen aan beide geveluiteinden hebben ronde ramen, de foyer langwerpige horizontale en die in de toiletten en vestibule zijn smal en verticaal. Achter het opvallende venster dat om de hoek loopt ligt de directiekamer (kantoor).

Interieur

De bioscoop had oorspronkelijk een open vestibule die zo’n 10 meter het pand in liep, met twee glazen loges voor kaartverkoop. Hier ging de straat naadloos over in de bioscoop. Tussen de twee pilaren die het begin markeerden zijn later glazen deuren aangebracht. In de kelder onder de vestibule was een rijwielstalling; de (afgesloten) ingang bij de Driftbrug is er nog.

Bezoekers kwamen binnen in de wachtruimte met garderobe. Daar kon men de grote zaal in, of de trap op naar foyer en balkon. Hal, foyer en zaal hadden glanzend gelakte, geblokt houten lambriseringen en eiken parketvloeren. De muren waren uitgevoerd in zachte tinten grijs en blauw. Vanuit de foyer bereikte men door halfronde deuren het balkon. Ook de elegant gebogen balustrade was van houtfineer voorzien.

De filmzaal had 750 zitplaatsen, waarvan 250 op het balkon. In het begin kende de City maar liefst 9 soorten plaatsen met dito prijzen, variërend van 30 cent in de zaal tot 1 gulden op de balcon-loge.

Twee architecten

Het City Theater werd in 1935 ontworpen door twee architecten: Jan Willem van der Weele uit Den Haag en Nico Andriessen uit Hilversum. Van der Weele (1888-1948) ontwierp vooral winkels en café-restaurants. Z’n bekendste gebouw was het HaagseAsta Theater. In 1937 zou hij ook de Flora (Camera) aan de Oudegracht verbouwen, maar niet erg ingrijpend.

Nico Andriessen (1892-1947) bouwde woningen, kerken en scholen in z’n woonplaats Hilversum. Hij werkte in de stijl van de Amsterdamse en Delftse School en werd sterk beïnvloed door plaatsgenoot Willem Dudok.

De bouwstijl van de Utrechtse City Bioscoop wordt vaak omschreven als Nieuwe Zakelijkheid; zo staat het in de monumentenbeschrijving uit 2001. Dat is volgens mij maar het halve verhaal. Weliswaar is de City veel strakker en moderner dan bijvoorbeeld Tuschinski en de oude Rembrandt, maar niet zo sober en streng als de Nieuwe Zakelijkheid.

Het verschil wordt duidelijk als we naar Gerrit Rietvelds Bioscoop Vreeburg uit 1936 kijken (tegenwoordig de Esprit). Daar zien we uitsluitend rechte vlakken, geen decoraties en heel veel glas. De City heeft daarentegen massieve horizontale muren met kleine ramen, afgeronde hoeken en enkele puur decoratieve elementen zoals de muurtjes met masten en de — helaas verdwenen — lichtzuilen.

Je zou deze bouwstijl kunnen omschrijven als late, sobere Art Deco. Kenmerken van de Amsterdamse School kwamen terug in een modern jasje: gesloten, horizontale, expressieve gevels, niet meer uitgevoerd in donkere baksteen maar in licht pleisterwerk. Zo is de bioscoop beter te plaatsen in het oeuvre van de architecten, die een middenpositie innamen tussen modernisme en traditionalisme.

Hollywood-architectuur

De City doet mij ook denken aan een Amerikaanse bouwstijl uit de jaren 30: deStreamline Moderne. Kenmerkend waren gestroomlijnde of ronde vormen, licht gepleisterde muren (soms in pasteltinten), horizontaal georiënteerde gevels, platte daken en verticale decoratieve elementen. Binnen overheersten glanzende moderne materialen zoals chroom en houtfineer. Niet toevallig werd deze stijl vooral gebruikt voor pretparken, stadions, nachtclubs, warenhuizen en… bioscopen.

Een Amerikaanse bouwstijl in Utrecht klinkt vergezocht. Veel films kwamen echter ook uit Hollywood en daar paste deze architectuur perfect bij. En we hebben nóg een Utrechts voorbeeld: Villa Jongerius! Deze werd gebouwd door een autohandelaar; behalve in de amusementswereld was de Streamline-stijl ook in zwang voor benzinepompen, garages en busstations — kortom bij alles wat snel en modern was.

Voor en na de oorlog

Op 18 januari 1936 werd het City Theater feestelijk geopend met de vertoning van de Duitse operettefilm Im weißen Rößl. De bioscoop ging zich, naast grote Hollywoodfilms zoals Chaplins Modern Times, richten op de Nederlandse film, die een bloeitijd doormaakte. Zo werd Merijntje Gijzens Jeugd een hit, geproduceerd door de broer van City-eigenaar Barnstijn.

In 1939 kregen de City en de Flora een nieuwe exploitant: de Duitser Alfred Wolff. Ze zouden tot 2014 in handen blijven van familiebedrijf Wolff. Tijdens de oorlog moest de half-joodse eigenaar een stap terug doen en werden er nazi-propagandafilms vertoond. Eind 1944 ging de City tijdelijk dicht om in juni 1945 te heropenen met Amerikaanse en Britse films.

In 1946 werd het 10-jarig bestaan van de bioscoop gevierd met zangeres Jetty Pearl. Twee jaar later baarde een gevelreclame opzien: een schaarsgeklede Esther Williams als Bathing Beauty ging sommige Utrechters te ver; haar beeltenis werd in de Drift gedumpt.

Movies

Rond 1960 gaf Wolff elke bioscoop een eigen profiel; de City werd het podium voor vecht- en actiefilms. De grote filmzaal zat zelden meer vol. In 1978 werden van het balkon daarom twee kleine zalen gemaakt met elk 90 stoelen. Onder de naam Movies richtten deze zich met kwaliteitsfilms op een ander publiek — met een scheidingswand in de hal en een eigen entree via de nooduitgang aan de Drift. De foyer op de 1e verdieping werd toen vernieuwd; alleen de lambrisering is nog origineel.

Door de opkomst van de videotheek dreigde de City in 1984 te moeten sluiten. Een samenwerking met ‘t Hoogt mislukte en er werden plannen gemaakt voor een restaurant. Een filmclub vertoonde er tijdelijk klassieke films, wat tot een revival leidde. De City kon openblijven als theater voor de betere Hollywoodfilms.

In 1985 werd de vestibule dichtgemaakt, de kassa naar voren verplaatst en kwam er een bar in de hal. In 1998 kreeg de grote zaal een nieuw interieur, waarbij de originele lambrisering verdween. De zaal heeft nu 338 stoelen.

Toekomst

Binnenkort start de bouw van een megabioscoop met 14 zalen bij de Jaarbeurs. Ondertussen is Wolff overgenomen door het Belgische Kinepolis. De Camera aan de Oudegracht is inmiddels al dicht.

Veel Utrechters maken zich zorgen over de toekomst van de City. Dit unieke pand, de mooiste bioscoop van Utrecht, moet natuurlijk een filmzaal blijven! Een andere bestemming is ondenkbaar, niet alleen om praktische redenen, maar ook omdat de hele architectuur cinema uitstraalt.

Kinepolis heeft geen concrete plannen tot sluiting. Momenteel worden er zelfs investeringen gedaan: de vloerbedekking is net vervangen (stemmig dieprood) en binnenkort krijgen interieur en exterieur een schilderbeurt. Dat laatste is hard nodig, maar niet voldoende: alleen een echte restauratie waarbij de gladde bepleistering in frisse kleuren wordt hersteld en de lichtzuilen terugkeren doet recht aan dit rijksmonument.

Na de opening van het megaplex zal Kinepolis beslissen wat er met het City Theater gebeurt. Wellicht wordt het — na restauratie? — een arthouse onder de vleugels van Kinepolis. Een andere optie is dat Jos Stelling van Springhaver en Louis Hartlooper dit gaat doen; hij heeft hiervoor al prachtige plannen klaarliggen. Ik heb alle vertrouwen in de toekomst van de City!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *